Vogelvlucht
In 2003 'schitterde' Sido Martens nog in het NPS-programma 'Single Luck'. Hij deed dat met de groep Fungus, waarmee de Fries in 1974 met het lied 'Kaap'ren Varen' een hit scoorde. Na twee Fungus albums verliet Martens de groep, bracht vervolgens vier solo-elpees uit, speelde nog eens op het befaamde Pinkpop-festival (1976; met Fungus in 1974) en hield tussen 1984 en 1995 een wel erg lang uitgevallen sabbatical. Pas in 1996 pakt hij de gitaar weer op en start zijn tweede carrière. Muzikaal beweegt Martens zich tussen folk en pop, tussen jazz en luisterlied. Noem het eigengereid, noem het eigenwijs, misschien zelfs eigenaardig, maar eigen is het beslist. Zijn belevingswereld en ervaringen vertaalt Martens in vaak poëtische teksten, waarin een hang naar de donkere kant van het leven doorklinkt. Altijd speelt de liefde een belangrijke rol. Ouder worden en heimwee naar vroeger zonder te verzanden in nostalgie, geven zijn teksten die specifieke Martens-kleur. Ingetogen en sober, liefst met minimale bezetting en voorzien van niet voor de hand liggende arrangementen die soms schurken en schuren, maar in ieder geval tot aandachtig luisteren uitnodigen.
Sido Martens (1949) begon zijn carrière eind jaren zestig als duo met Piet Kok. Met Liedwien Schaper en Nanne Kalma werd rond 1972 de Friese oer-folkgroep Farmers Union opgericht. In 1974 werd Martens gevraagd voor Fungus, nationaal succes volgde. Na het titelloze debuutalbum van Fungus, met daarop de hit 'Kaap'ren Varen' en de tweede elpee 'Lief ende Leid' besloot Martens solo verder te gaan. In de periode 1974-1980 verschenen achtereenvolgens van zijn hand de albums 'Land & Water', 'Pisces', '1,2,3=a,b,c' en 'Nooit Genoeg'. Van 1984 tot 1995 verdween Martens deels gefrustreerd van het toneel. In 1996 verscheen de cd 'de Loper', in 1998 gevolgd door 'De Staat van Liefde'. In 2001 de cd 'de Pofklant', na een opmerkelijke publieksactie die 100 'sponsors' opleverde die per persoon 100 piek (toen nog harde guldens) neertelden voor de totstandkoming van dit album. In 2002 'Arbeid', in combinatie met een genummerde en gesigneerde houtgravure van beeldend kunstenaar Hubertus de Jong, in een oplage van slechts 100 stuks. In 2003 zag 'Eiland' het licht, een uitgave in nauwe samenwerking met het independent label Marista. In december 2004 verscheen in een oplage van 100 stuks zijn zesde cd, 'Brak Hart', opnieuw gevuld met eigen werk (15 nieuwe liedjes). Ook op deze cd wordt Martens begeleid door zijn (bijna) vaste begeleiders - waaronder Hubert Heeringa, Jan Wolfkamp, Meine Bruinsma en Jan van Olffen - allen uitmuntende muzikanten die de liedjes perfect aanvoelen. In 2005 verscheen onder de titel ‘Naakt & Levend’ een handgenaaid en gebonden boek, waarin een dvd + cd, in een gelimiteerde oplage van 100. De dvd bevat archiefmateriaal (o.a. Pinkpop 1976) en door Martens op locatie live gespeelde filmische impressies van 5 liedjes. Filmer Ismaël Lotz verzorgde de regie en montage. De cd bevat 17 nieuwe liedjes. In 2007 vindt Martens onderdak bij het indie label InBetweens Records, de cd ’Open’ verschijnt dat jaar en wordt landelijk goed ontvangen. In februari 2008 komt zijn boek ‘De loper’ uit bij uitgeverij Bornmeer en bevat autobiografische hardloopverhalen. De eerste 100 boeken gaan vergezeld van een speciale cd met 5 liedjes over hardlopen. Een van die liedjes is de ‘Ballade voor Foekje’ (Dillema), het lied oogst veel succes en Martens speelt het o.a. live bij de Vara in het programma Spijkers met Koppen op Radio 2.
Op zondag 1 maart 2009 vierde Martens zijn 60e verjaardag. Tijd voor iets extra's: een poëziebundel + cd. Getiteld Schraaltroost & Liefspraak. Nieuwe gedichten, 16 nieuwe liedjes en foto's van Reyer Boxem. De oplage is 250 stuks.
In mei 2010 verschijnt zilverziel. Een album met nieuw Nederlandstalig materiaal op ouderwets maar milieuvriendelijk (zonder tolueen) vinyl. Met klaphoes en bovendien inclusief een cd met dezelfde 12 liedjes. Oplage: 200 genummerde en gesigneerde exemplaren.
